Gebruik en onderhoud van uw band

Gebruik en onderhoud

  • Houd de banden schoon en bescherm ze tegen hitte, licht, ozon of koolwaterstoffen.
  • Vermijd langdurige blootstelling van de banden aan direct zonlicht.
  • Vermijd elk contact met vet, benzine, vluchtige oplosmiddelen of andere substanties die het rubber kunnen aantasten.
  • Vermijd horizontale opslag bij tubeless banden, alleen kleine bandenmaten mogen gestapeld of horizontaal bewaard worden (maximaal zes maanden).
  • Als banden horizontaal worden bewaard, moeten ze profiel tegen profiel liggen.
  • Verlaag de bandenspanning als de banden inclusief velgen worden opgeslagen.
  • Zorg ervoor dat de band vrij is van water en vocht.
  • Bewaar de banden niet zo dat ze langdurig met de grond in contact komen.

Reparatie aan banden

  • Om veiligheidsredenen mogen reparaties alleen door specialisten met de juiste gereedschappen worden uitgevoerd.

Correct gebruik van banden

  • Bij het belasten van de banden moet u rekening houden met de correlatie tussen snelheid, bandenspanning en draagvermogen.
  • De band te zwaar beladen leidt tot een voortijdig defect. Gebruik de technische documentatie en de bandenspanningstabellen met de belastings- en drukwaarden voor verschillende snelheden.
  • Een te lage bandenspanning veroorzaakt niet alleen ongelijkmatige slijtage van het loopvlak, maar ook koordlaagseparatie en eventueel nog meer schade aan de koordlagen.
  • Een te hoge bandenspanning maakt de banden stijf en vermindert de weerstand van de band tegen stoten, met scheuren van de koordlaag tot gevolg.

Montage- en demontage-instructies

Het demonteren en monteren kan gevaarlijk zijn en mag alleen worden uitgevoerd door geschoold en gekwalificeerd personeel met behulp van de juiste gereedschappen en procedures. Het niet naleven van deze procedures kan ertoe leiden dat de band verkeerd op de velg wordt gemonteerd en kan exploderen met een zodanige kracht dat ernstig lichamelijk letsel of de dood het gevolg zijn.

Monteren

  1. Zorg ervoor dat de velg, de band en de binnenband bij elkaar passen.
  2. Controleer of de band geschikt is voor de machine. Gebruik alleen velgen die door de bandenfabrikant zijn toegelaten of worden aanbevolen.
  3. Gebruik altijd de juiste speciale apparatuur en gereedschappen.
  4. De velg moet schoon zijn en in perfecte staat verkeren (geen beschadigingen enz.). Reinig de velg indien nodig goed met een draadborstel. Nooit een band monteren op een velg die scheuren vertoont, is vervormd, zichtbare reparatielassen heeft, enz.
  5. Inspecteer zowel de binnen- als de buitenkant van de band zorgvuldig om eventuele beschadigingen te kunnen vaststellen. Als de schade onherstelbaar is, moet de band worden vernietigd.
  6. Gebruik bij het monteren van een binnenband altijd de juiste nieuwe binnenband met velglint passend bij de bandenmaat. Gebruik bij het monteren van tubeless banden op velgen voor tubeless banden altijd een nieuw ventiel.
  7. Smeer de velg en de hielen voor het monteren. Gebruik alleen een geschikt smeermiddel dat de band niet beschadigt (nooit producten op silicone- of petroleumbasis gebruiken).
  8. Wij adviseren verticale montage. Bij horizontale montage is het niet mogelijk om te zien of de onderste hiel correct zit.
  9. Plaats de band recht tegenover het ventielgat op de velg (houd indien nodig rekening met de door pijlen aangegeven draairichting). Gebruik geschikt gereedschap om de eerste hiel in kleine stappen over de velgrand te lepelen. Plaats vervolgens de lichtjes opgepompte en met talkpoeder gecoate binnenband (indien nodig) in de band. Zoek het ventiel en draai de ring losjes aan. Lepel de tweede hiel geleidelijk over de velgflens en eindig bij het ventiel.
  10. Verwijder de kern van het ventiel om de hielen goed te plaatsen en de band te centreren. Verhoog de bandenspanning langzaam zodat de hielen goed komen te zitten. Zorg ervoor dat de hielen de binnenband niet lek knijpen.
  11. Blijf tijdens het oppompen van de band op veilige afstand en gebruik altijd een veiligheidskooi. Maak het wiel indien mogelijk vast aan de wand of gebruik kettingen. Zorg ervoor dat tijdens het aflezen van de druk geen lichaamsdeel zich in de mogelijke baan van het ventiel of de doppen bevindt. Het is raadzaam om geschikte manometers met begrenzers te gebruiken. Gebruik een filter en vochtverwijderaar op de persluchtleiding om te voorkomen dat vocht of vuil in de band terechtkomt. Nooit een hamer gebruiken om de hiel van de band in de zitting te slaan.
  12. Ga door met oppompen. Zorg ervoor dat de bandenspanning niet hoger wordt dan 2.5 Bar als de hielen niet goed en niet gecentreerd op de velg liggen.
  13. Als de hielen niet goed zitten de bandenspanning aflaten, de hielen en velg smeren en daarna de band opnieuw oppompen. Herhaal deze handelingen totdat de hielen correct zitten.
  14. Als alle voorgaande handelingen correct zijn uitgevoerd, kan de kern van het ventiel worden teruggezet. Kies de bandenspanning afhankelijk van de belasting – zie de tabellen in het boek met technische gegevens.
  15. Zorg ervoor dat het ventiel niet de velg, de remtrommel of andere vaste mechanische onderdelen raakt.

Demonteren

  • Probeer nooit de hielen van een opgepompte band uit hun zitting te lepelen.
  • Verwijder altijd de kern van het ventiel.
  • Laat de bandenspanning af en controleer of de band volledig leeg is voordat u deze demonteert. Nooit gereedschappen gebruiken die de velgen of hielen van de band kunnen beschadigen.